Blog

Een blog om zaken die mij interesseren met de lezers van de Cleverbee site te delen, om te voorkomen dat ik elke week een nieuwsbrief ga spammen en vooral om jullie te informeren over zaken waarvan ik denk dat ze belangrijk zijn!
Laat me weten wat je van deze blogs vind en of er onderwerpen zijn waar jij meer van wilt weten ... mirjam@cleverbee.nl

 

Spelen met de executieve functies bij baby en dreumes

(gebaseerd op de brochure ‘Enhancing and practicing executive function skills with children from infancy to adolescence’ van het Center on the developing child Harvard University)

De executieve functies spelen een belangrijke rol bij het leren en de ontwikkeling. Zij helpen ons met informatie verwerken en vasthouden, met aandacht en concentratie en om te gaan met afleiding.

De 3 basisfuncties zijn werkgeheugen (de vaardigheid om informatie vast te houden en te gebruiken), impuls inhibitie (de vaardigheid om gedachten en impulsen te beheersen, weerstaan van verleiding en afleiding) en nadenken voor te handelen en cognitieve flexibiliteit (het vermogen om te wisselen van denkpatronen en het denken aan te kunnen passen aan vraag, perspectief en prioriteiten).

We worden allemaal geboren met de potentie om deze executieve functies te ontwikkelen. Door veel ervaringen op te doen oefenen we deze functies en blijven ze in stand. Bij het niet inzetten van de functies, verliezen ze hun kracht (use it or loose it).

Oefenen is belangrijk, net als nadenken en praten over wat heb ik gedaan, hoe heb ik het gedaan en kan het anders (metacognitie). De ontwikkeling is een langzaam proces en de rijping is volledig bij jong volwassenheid.

De voorbeelden van (oefen de functies)spelletjes zijn niet volledig, maar dienen meer als voorbeeld en inspiratie. Let wel; de spelletjes zijn ook bedoeld als spelletjes en moeten leuk blijven en passen bij het kind!

Spelletjes op schoot
Door de voorspelbaarheid, het vele herhalen en de simpele regels van schootspelletjes helpen deze spelletjes het leren omgaan met regels en het werkgeheugen.

Kiekeboe - leren wachten tot de ander zich tevoorschijn tovert helpt het leren beheersen van impulsen en omgaan met verrassingen en het werkgeheugen wordt gestimuleerd (wie heeft zich verstopt?).

Het damespaard - rijmpjes en een spannend einde, leren omgaan met spanning, impulsen beheersen en het werkgeheugen ... Oooooo gat in de weg!

Verstopspelletjes
Bij verstoppen draait het om het werkgeheugen, maar natuurlijk ook om de impulsen te leren beheersen. Verstop eens speelgoed onder een lap stof. Eerst laten zien dat je het verstopt en langzamerhand steeds moeilijker maken. Zo leert het kind het werkgeheugen te gebruiken.

Later is zelf verstoppen ook heel leuk; ze horen je zoeken en zij volgen je in hun hoofd (waar zoekt ze me?). Niets zeggen is moeilijk en zo leren zij hun impulsen te beheersen ...

Iets in de ruimte verstoppen en eventueel tips geven (of warm, koud en lauw als ze groter zijn) helpt het flexibel denken. Daar ben ik al geweest en daar, maar daar nog niet.

Een kindvriendelijke versie van balletje balletje (iets verstoppen onder een van een aantal bekertjes) helpt het werkgeheugen ook en kan heel spannend zijn.

Imitatiespelletjes
Het nadoen van volwassenen is een favoriet spelletje. Ze moeten goed kijken (aandacht en concentratie) en onthouden wat jij doet (werkgeheugen).

Maak bewegingen die het kind na kan doen en maak deze steeds ingewikkelder naarmate het kind groter wordt en een meer geoefend werkgeheugen krijgt, speel mee en zet bijvoorbeeld dieren in de boerderij of in een rij, maak een toren en gooi deze om. Door het voorbeeld te geven, geef je kinderen de gelegenheid jouw bewegingen te onthouden en na te doen.

Simpel rollenspel
Door een bijdrage te leveren bij het fantasiespel (doen alsof je met de pop theedrinkt bijvoorbeeld) zien kinderen fantasiespel in actie en oefenen ze met werkgeheugen, controle van henzelf en aandacht houden op het spel. Hoe ouder het kind, hoe ingewikkelder het spel kan worden.

Vingerspelletjes
Onthouden van de liedjes en de bewegingen stimuleren het werkgeheugen en de zelf controle. Hansje Pansje Kevertje, daar komt een muisje aangelopen, Hompeltje en Pompeltje om er maar een paar te noemen.

Voer eens een gesprek
Wijs eens dingen aan en benoem ze. Dit helpt de aandacht leren richten en vast te houden. Natuurlijk leert het kind woordjes onthouden. Er is ook aangetoond dat kinderen die tweetalig worden opgevoed beter ontwikkelde executieve functies hebben, dus wees niet bang om 2 talen te gebruiken.


Prentenboeken inzetten om de ontwikkeling te stimuleren

Bij iedere training, workshop of lezing die ik geef over het jonge kind met ontwikkelingsvoorsprong sjouw ik altijd veel prentenboeken mee.
Deze boeken gebruik ik om aan te geven dat je ze kan inzetten om een kind verder te helpen.
Als je herkent waar een stagnatie zit, kun je ook gerichter een specifiek boek gebruiken om een kind te helpen denken over zichzelf.

Hier een paar voorbeelden:

Bij angsten die bij een kind ontwikkeld zijn door veel en diep nadenken, kun je ‘Bang Mannetje’ (van Mathilde Stein) inzetten. Dit bange mannetje komt van zijn angsten af en word een eigenlijk Best Wel Dapper Mannetje.

Voor kinderen die erg perfectionistisch zijn, kan het boekje ‘De Stip’ (van Peter Reynolds) goed werken. Het meisje in het boek vind dat zij niet kan tekenen, maar als zij dan heel voorzichtig toch aan de slag gaat ...

Omgaan met tegenslagen (en op zoek blijven naar oplossingen) is een thema dat in het boekje ‘De kleur van de lucht’ (ook van Peter Reynolds) zit. Wat doe je als je een tekening maakt van de lucht en je hebt geen blauw?

Kinderen die moeite hebben met doorzetten zijn er ook. Ze geven snel op als iets tegenzit. Ook voor deze kinderen zijn de boeken ‘de Stip’ en ‘De kleur van de lucht’ te gebruiken. Je legt dan bij het voorlezen meer de nadruk op het doorzetten van de hoofdpersonen.

Ook het boekje ‘Doorzetten’ uit de serie Kijk en Beleef heeft dit als onderwerp.

Kinderen met ontwikkelingsvoorsprong zijn heel leergierig en hebben een goed en groot oog voor details.
Deze boeken kunnen tegemoet komen aan die leergierigheid en bevatten veel details. Voor baby’s adviseer ik boeken met foto’s, zo echt mogelijk en veel verschillende onderwerpen. De verscheidenheid is van belang, omdat deze kinderen snel klaar zijn met de standaard (makkelijke) voorwerpen.

Voor baby’s:


Deze prentenboeken hebben prachtige, gedetailleerde illustraties waar kinderen heel lang naar kunnen kijken en waarin veel te ontdekken valt. Charlotte Dematons is bij mij favoriet met ‘De Gele Ballon’, ‘Ga je mee?’, ‘Nederland’ en natuurlijk het Sinterklaasboek.

Dit boek over mensen (een zeer interessant onderwerp voor deze kinderen) van Peter Spier:

En het boek ‘van mug tot olifant’ (van Ingrid en Dieter Schubert) is en mooi geïllustreerd en bevat veel informatie.

Tot zover. De volgende blog kom ik met boeken over emoties (die soms hoog kunnen oplopen!).


Waarom stelt de peuter met voorsprong zoveel waarom vragen?

Iedere ouder weet dat iedere peuter een fase heeft waarin je soms gek word van de waarom vragen.
De peuter met voorsprong lijkt deze fase vroeg in te gaan en komt er eigenlijk niet meer uit. De waarom vragen bij deze peuter zijn anders; de vraag is al diepgaand en abstract, neigt naar filosofie en heeft een andere bron.
Is de waarom vraag van een peuter afkomstig uit een behoefte aan contact, communicatie en zichzelf hoorbaar maken, de waarom vraag van een peuter met voorsprong heeft daarnaast ook een bron van grote nieuwsgierigheid.

De nieuwsgierigheid van peuters met voorsprong/ het hoogbegaafde kind.
Kazimierz Dabrowski heeft onderzoek gedaan naar de intensiteit van hoogbegaafde kinderen en onderscheid 5 gebieden waar hoogbegaafde kinderen ‘overexcitable’ prikkelgevoelig in kunnen zijn.
Prikkelgevoelig betekent dat kinderen bij deze gebieden minder prikkels nodig hebben om gestimuleerd te worden en dat de reactie op de prikkels heftiger en langduriger zijn.
Op psychomotorisch gebied prikkelgevoelig zijn betekent dat je als kind veel energie en behoefte aan beweging hebt, dat je veel en snel kan praten, competitiever ingesteld kan zijn en lichamelijk onrustig kan zijn.
Op emotioneel gebied prikkelgevoelig kan grotere en intense emoties betekenen bij een kind, vroeg al in staat zijn om empathie laten zien en gevoeligheid voor sferen en personen.
Ook op gebied van verbeelding en voorstellingsvermogen kan een kind prikkelgevoelig zijn. Dit kun je zien doordat een kind een grote fantasie laat zien, het kind kan al vroeg metaforen en beelden in de taal gebruiken (woordgrapjes), wegdromen bij verveling, dingen om heen kunnen praten of krijgen andere menselijke eigenschappen (sprookjes).
Zintuigelijk prikkelgevoelig zijn de kinderen die zich snel storen aan labels in de kleren, naadjes van sokken, die van mooie muziek, kunst en de natuur kunnen genieten en ook van luxe en lekker eten houden.
De peuters met filosofische vragen kunnen intellectueel prikkelgevoelig zijn. Ze stellen diepgravende vragen, zijn op zoek naar DE waarheid, denken na over het eigen denken, kunnen zeer scherp observeren, kunnen moralistisch zijn en hebben een zeer grote intellectuele honger (nieuwgierig of leergierig).
Soms levert dit ook problemen op; een kind kan zich machteloos voelen als een vraagstuk oplossen niet binnen zijn macht of denken valt. Een kind kan te kritisch naar zichzelf worden en faalangst ontwikkelen, kan te kritisch naar de omgeving worden (waardoor niets meer goed is) en kunnen de omgeving zeer ‘vermoeien’ met al dat gevraag over en zien van kleine (onbelangrijke in onze ogen) zaken.


(Bron: www.filosofiejuf.nl)

Wat kun je als ouder/opvoeder doen?
Leer kinderen zelf te analyseren. Waarom hebben dingen een onder- en bovenkant? Is een vraag die een peuter heeft gesteld.
Probeer niet het antwoord te geven, maar begeleid het kind door tegenvragen te stellen om te leren analyseren en zelf tot inzichten (antwoorden) kunnen komen ... Wat denk je dat er gebeurt als er geen onderkant in de fles zou zijn? Kan een onderkant anders opgelost worden?
Leer kinderen dat als er iets ergs in de wereld om hen heen gebeurt, dat ook kleine dingen doen belangrijk kan zijn. Nu speelt het beeld van de vluchtelingen. Daar kun je als kind niet veel aan de oplossing bijdragen, maar kijk samen wat er wel kan. Ik las dat een moeder kleine rugzakjes heeft gemaakt met haar kind om weg te kunnen geven aan vluchtelingenkinderen.
Misschien is er de mogelijkheid om met ontwikkelingsgelijken te spelen; dit voldoet aan een behoefte bij deze kinderen om los te kunnen gaan. Vaak passen deze kinderen zich aan aan het intellectueel niveau van de kinderen om hen heen en is het heerlijk om kinderen te treffen die ook zo ‘ingewikkeld’ kunnen denken.
Leer kinderen om eerlijk te blijven, maar hun kritiek zo te geven dat de ander deze ook kan horen. Deze kinderen zijn heel open en direct, waardoor de kritiek of feedback niet tactisch gegeven wordt.
Wees eerlijk; als je een vraag niet kan beantwoorden, zeg dit dan. Als je geen tijd hebt, geef dit dan ook aan en spreek af wanneer je erop terug kan komen.
Maak tijd om te filosoferen. Maak gebruik van de prentenboeken die je leest om door te filosoferen over een gebeurtenis uit dat boek, gebruik filosofische vragen (bijvoorbeeld met behulp van de kaartjes met vragen uit ‘Praatprikkels’) of praat door over iets uit het Jeugdjournaal. En wees alert op vragen van het kind die ook gebruikt kunnen worden om door te denken.
Leren denken! (en zelf kunnen antwoorden) ...


Perfectionisme versus faalangst

Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen perfectionistisch zijn en dat is geen probleem.
Perfectionisme kan je helpen het beste uit jezelf te halen, om zaken zo goed mogelijk te willen doen. Helaas kan dit omslaan naar faalangst of naar onhaalbare perfectionisme.

De lat hoog leggen is iets wat veel van deze kinderen doen en als er iets moeilijks op hun pad komt, zijn zij ook heel handig om deze uitdaging uit de weg te gaan.



Door het uit de weg van uitdagingen kan het zijn dat de ontwikkeling stagneert. Ontwikkelen is namelijk juist stap voor stap beter worden in iets, veel oefenen om iets onder de knie te krijgen en jezelf motiveren door successen mee te maken. Herkenbaar? Niet meer willen tekenen, moeite om nieuwe dingen uit te proberen (leren fietsen of zwemmen bijvoorbeeld), zeggen dat dingen saai zijn, maar geen moeilijke klusjes willen doen ...

Hoe ontstaat faalangst eigenlijk bij kinderen met ontwikkelingsvoorsprong?
Stel je eens voor; je bent een jong kind en eigenlijk alles wat je tegenkomt gaat je makkelijk af. Leren lopen, praten, je ouders lezen je veel voor en zoeken interessante boekjes voor je uit, je mag kiezen waar je mee wilt spelen en het is vrij makkelijk om moeilijke zaken uit de weg te gaan. En dan opeens is het tijd voor zwemles en je schrikt; zwemmen kun je niet in 1 of 2 keer en oefenen heb je niet veel hoeven te doen. Je komt al snel tot de conclusie dat je dit niet kunt!

Schrijven kost ook oefening net als fietsen; en oefenen ben je niet gewend. Bijna alles wat je doet, heb je snel onder de knie gekregen. Wat ik regelmatig zie en hoor is dat kinderen deze uitdagingen uit de weg gaan en daarmee ook een WOW ervaring mislopen. Een vicieuze cirkel, want doordat je als kind niet ervaart dat iets moeilijks overwinnen je een heel goed gevoel kan geven, word je ook niet gestimuleerd om meer moeilijke dingen te doen.

En daar komen wij (ouders, opvoeders) in beeld; herken dat het kind iets ontwijkt, signaleer waarom dit gebeurt (faalangst of echt nog te moeilijk) en ondersteun het kind door te zeggen wat je ziet en je hulp aan te bieden. Maak kleine stapjes, praat over verwachtingen bij het kind (‘ik wil een tekening maken zoals het er echt uitziet’) en maak zelf eens fouten. Laat zien dat leren betekent dat je fouten moet maken.
En vier de successen hoe klein ze ook lijken, voor een kind kan de gezette stap gigantisch zijn!


Wat is ontwikkelingsvoorsprong?

Hoogbegaafde kinderen worden geboren met een grote potentie. Ben je een kleuter dan heb je een ontwikkelingsvoorsprong. Hier is voor gekozen omdat het jonge kind zich sprongsgewijs ontwikkelt en die ontwikkeling na groep 2 wat meer stabiliseert. Toch ben ik zo eigenwijs dat deze groep kinderen wel zichtbaar hoogbegaafd kunnen zijn. Het ligt er erg aan welke visie op hoogbegaafdheid je hanteert.

Deze is vrij algemeen en word ook aardige geaccepteerd:
‘Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Hij of zij schept plezier in creëren.’

Om te kunnen bepalen wie er hoogbegaafd is, wordt er een aantal IQ punten aan gekoppeld; een IQ hoger dan 130. Dit gebeurt vaak door scholen en GGZ instellingen.
Wat er dan mis kan gaan zijn een aantal zaken:
Wat als je wel in potentie hoogbegaafd bent, maar het niet kunt laten zien. Wat als je een IQ test ondergaat, maar de tester heeft geen ervaring met hoogbegaafde kinderen en je denkt bij de makkelijke start ‘dit kan niet goed zijn, veel te makkelijk’. Wat als je heel creatief bent (in denken), maar je omgeving duld dit niet.
Om die potentie meer ruimte te geven wil ik graag mijn steentje bijdragen aan een vroege signalering van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en ik hanteer deze definitie (van Tessa Kieboom):



Alle factoren bij elkaar vormen een kind, niet alleen de cognitieve capaciteiten. Sterker nog, ik denk dat de potentie alleen ten volle kan worden gebruikt door een kind als alle factoren gezien zijn en wij de kinderen helpen met die zijnsluikonderdelen te leren omgaan.


Waarom ontwikkelingsvoorsprong?

Zo nu en dan krijg ik reacties op mijn berichtjes in de trant van laat die kinderen toch? Iedereen mag toch zijn wie die is? Plak niet zo snel een label op een kind?
En voor een gedeelte hebben deze reageerders gelijk; ik ben geen voorstander van het plakken van etiketten en ieder kind mag zijn wie die is... Dit zijn juist redenen voor mij om kennis over ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid te delen met ouders en professionals in de opvang.

Zelf ben ik moeder van een hoogbegaafd kind en heb in de vroege basisschoolperiode ontdekt wat hoogbegaafdheid is. Helaas doordat mijn oudste vastliep.

Tuurlijk zag ik wel dat hij rap was; rap van tong en heel nieuwsgierig, maar echt opvallend vond ik dat niet.
Tuurlijk zag ik wel dat hij niet veel zin had om naar de opvang te gaan en ook dat hij zo blij werd van een uitdagende activiteit. Of dat hij zo’n grote voorkeur had voor een van de medewerkers en dat hij van die grote vragen over het leven stelde. Maar echt anders, nee dat heb ik nooit zo gezien. Tot de gang naar de basisschool; vanaf week 1 gaf hij aan niet naar school te willen. Maar zijn rapporten zagen er goed uit en dat we hem iedere dag de school in moesten tillen dat was vast tijdelijk.

In groep 3 ging het echt mis, wij als ouders kregen steeds meer last van dat dwingen de school in gaan. En toen op zijn rapport stond dat zijn mondelinge verbale ontwikkeling niet goed gezien kon worden, omdat hij niets zei gingen bij ons alle alarmbellen rinkelen. Een grotere kletskous thuis had ik niet eerder gezien.
Ik vergeet nooit meer dat ik een kenmerkenlijstje onderpresteren hardop oplas en dat we alletwee direct hadden, dat is het!

Helaas is er in die periode wat kapotgegaan in zelfbeeld en motivatie, in faalangst en leren doorzetten en daar zijn we nu nog elke dag mee bezig om te leren omgaan ...

Om kinderen goed te kunnen zien is kennis nodig en die kennis wil ik delen. Kennis op het gebied van ontwikkelingsvoorsprong, kennis op het gebied dat moeilijk moet om te leren fouten te maken (en om te leren hulp te vragen), kennis op het gebied van uitdagende activiteiten (wat maakt een activiteit uitdagend voor deze groep kinderen en wat te doen als ze afhaken terwijl je net zo’n leuke activiteit hebt verzonnen) en nog veel meer.
Niet om een label op te plakken, maar om deze kinderen ook in hun ontwikkeling te stimuleren!


Speel eens een spelletje met de executieve functies

De watte?
Iedereen heeft ze, executieve functies.
Ze zitten (voor) in ons brein en zijn belangrijk.
Sommigen zeggen belangrijker dan het IQ.
Toch is er weinig over bekend bij veel mensen. Dat kan komen doordat de functies veelal onbewust worden gebruikt. Maar als je ze (nog) niet goed hebt ontwikkeld, heb je daar veel last van en je omgeving ook.

Wat doen deze functies?
Er zijn denkfuncties en gedragsfuncties.
De denkfuncties zijn; werkgeheugen, planning/prioritering, organiseren, timemanagement en metacognitie (reflecteren, nadenken over jezelf en je handelen).
De gedragsfuncties zijn; impulsinhibitie (je impulsen onder controle houden), emotieregulatie, volgehouden aandacht, taakinitiatie (beginnen aan een taak), volgehouden aandacht en flexibiliteit (het kunnen aanpassen van aanpak en handelen).
Omdat deze functies je gedragingen en denken zo beïnvloeden worden ze ook wel de verkeersleider of dirigent van de hersenen genoemd; ze regelen je gedrag en denken en bepalen voor een groot gedeelte je succes in het (school)leven.

Kun je je voorstellen hoe het leven eruit zou zien met minder ontwikkelde executieve functies?
De ontwikkeling van sommige van de functies beginnen al snel na de geboorte en kunnen zich ontwikkelen tot de volwassenheid. Na een stabiele periode takelen ze weer wat af helaas.
Kun je je voorstellen hoe het leven van een mens eruit zou zien zonder een goede impuls beheersing? Overal op reageren, niet goed weten wanneer te stoppen ...
Of zonder een goed functionerend werkgeheugen? Er zijn hoogbegaafde kinderen die veel moeite hebben om het werkgeheugen te activeren. Zij doen veel op inzicht en al aanwezige kennis en al ze dan de tafels moeten leren kost hen dit heel veel moeite. Heeft te maken (behalve met motivatie) ook zeer zeker met het weinig gestimuleerde werkgeheugen.

Wat kun je doen om met jonge kinderen aan de slag te gaan met deze functies?
In je achterhoofd houdend dat de ontwikkeling van de functies doorloopt tot een jaar of 23 -25 mag je niet heel actief gaan stimuleren, het heeft geen zin.
Maar wat wel zin heeft is spelenderwijs aan de slag door het spelen van spelletjes!
Kijk maar eens wat het spel Mens Erger Je Niet doet met de emotieregulatie als je weer stappen terug moet zetten of als je van het bord gegooid wordt. Of speel eens Memory voor het werkgeheugen.
Geen Ja en Nee zeggen betekent dat je eerst moet denken voor je antwoord geeft, schaken (en dammen) vragen om het kunnen aanpassen van je strategie tijdens het spel en kwartetten doet ook een beroep op je werkgeheugen.
Kijk eens met een andere bril naar de spelletjes die jullie hebben en zet ze in! De executieve functies zijn je dankbaar!


Loslaten; eng!

Over twee weken heb ik mijn boekenexamen en ik lees de boeken van mijn lijst weer door om op te frissen.
Grappig is dat er na twee jaar opleiden ik de kennis uit die boeken weer anders lees.
Ik wist dat ik kennis delen heel belangrijk vind en heb daarom trainingen voor pedagogisch medewerkers en gastouders opgezet. Ook kennis delen met ouders vind ik belangrijk en daarom zijn er de Kennis Koffie en Koek bijeenkomsten eens per maand.
In de literatuur lees ik iedere keer weer hoe belangrijk de tol van de opvoeders is in het stimuleren van de ontwikkeling; bij hooggevoelige kinderen ligt de rol juist in het leren omgaan met de gevoeligheden, bij de executieve functies zit de kneep hem in het loslaten en dan napraten en evalueren met het kind, bij motivatie in het samen herkennen waar motivatie ontbreekt en waarom.
Zo blijft voor mij helder dat je als opvoeder moet weten waar je mee bezig bent en nog belangrijker waar je naar toe wilt. Wat wil jij voor en met je kind bereiken, wanneer heb jij je bijdrage geleverd?
Soms is het belangrijk om los te laten en ik weet dat dit soms ontzettend lastig kan zijn, vooral wanneer je weet dat het mis zal gaan. Maar ik weet ook dat een moeder die aangeeft dat het echt heel belangrijk is om je wekker te zetten (bijvoorbeeld) niet serieus genomen wordt. Ik doe namelijk altijd even een rondje wakker maken en ontneem mijn kind daarmee het zelf leren doen.
Ik neem me dus voor om vooraf een doel voor ogen te hebben (zelf leren wakker worden en op tijd klaar te zijn om niet afhankelijk van mij daarin te zijn/te blijven) en bespreek met zoon dat dit het doel is en welke stappen er bij horen (en belangrijker wat ik niet meer zal doen).
Loslaten zal weerstand geven bij zowel mijzelf als bij hem, maar je hele leven lang op je moeder rekenen om op tijd wakker te zijn is voor een puber ook een schrikbeeld; ik reken daar maar op!



Hooggevoeligheid, mooi maar lastig (soms)

In het boek ‘Wegwijs in hooggevoeligheid’ van Gerarda van Veen wordt de lezer stap voor stap meegenomen in de hooggevoelige wereld. Een mooie wereld, die als je weet hoe daarmee om te gaan, je veel op kan leveren. Een hooggevoelig persoon is sociaal gevoelig voor anderen en sferen in zijn omgeving; kan al vroeg inleven en voelt welke stemming er is in de groep waarin hij zich bevind. Lastig is dan de eigenschap om te zoeken naar harmonie; aanpassen om te voorkomen dat de stemming naar negatief omslaat, jezelf zo aanpassen dat je de ander tegemoet kan komen en er geen onenigheid ontstaat.
Pesten kan dan een nog grote probleem zijn; je word zelf niet gepest, maar je vind het vreselijk om te zien dat er kinderen zijn die er niet mogen zijn (in jouw beleving). Help dit kind door het serieus te nemen en richting te geven aan wat het wel kan doen.
De balans vinden tussen jezelf zijn en rekening houden met de omgeving kan een lastige weg zijn. Kies je teveel voor jezelf, dan kun je worden gezien als een egoïst. Kies je teveel voor het aanpassen aan de omgeving dan doe je jezelf tekort en krijg je daar (fysiek of mentaal) last van.
Wat voor veel zaken geldt, komt hier ook terug; weten wat er bij jezelf speelt, kan je helpen de juiste keuzes te maken en die balans te vinden. Een echte aanrader dat boek!
Wil je weten of jij of je kind hooggevoelig is? Er zijn veel testjes (op basis van onderzoeken van Elaine N. Aron) te vinden op het internet: gevoeligkind.nl/hsp-test